Historiek

Craniosacraal therapie is voortgekomen uit de osteopathie, dit is een geneeswijze die gebaseerd is op het aanboren van  natuurlijke en lichaamseigen herstelvermogens. De grondlegger van de osteopathie is dokter Andrew Still (1828-1917).

Een van Stills studenten, William Garner Sutherland, legde begin twintigste eeuw de basis voor craniale osteopathie. Hij kwam tot de conclusie dat de beenderen van een schedel ten opzichte van elkaar kunnen bewegen en besteedde de daaropvolgende 40 jaar aan onderzoek naar dit fenomeen. Hij kwam erachter dat de ventrikels midden in de hersenen gevuld zijn met hersenvocht dat beweegt als eb en vloed (bio-getijdenstroom) en de beweging van de hersenvliezen in gang zet.
Deze ontdekkingen vormen de basis van Biomechanische craniosacrale therapie, die werkt met de beweeglijkheid van het hersenruggenmergstelsel.
J.Upledger verdiepte zich in de biomechanische werkwijze van Sutherland en creëerde een energetische therapie via werken met het CS ritme dat rechtstreeks gericht is op het lichaam, zijn functies en structuren.

Op gevorderde leeftijd begon Sutherland langzamere bio-getijdenritmes in het hersenvocht waar te nemen, anders dan het snelle ritme die hij voordien waarneemde. Hij zag binnen deze stroom een zelfordenende natuurkracht, een soort oerademhaling.
Osteopaat F.Sills was gefascineerd door Sutherland’s visie en zette onderzoek rond deze natuurkrachten binnen het menselijk systeem verder. Na jaren studie en onderzoek ontstond Biodynamisch Craniosacraal Therapie, een klinische methode van werken met deze tragere onderstromingen van het craniosacraal ritme.